Terwijl de ene gast nog een boterham smeert en de ander een koffie zet, trapt Marijke van Grafhorst het eerste lunchwebinar van Digitall Inclusive af. Marijke is al sinds 2001 betrokken bij de digitale toegankelijkheid in Nederland, was altijd actief binnen Stichting Drempelvrij en is nu Raad van Toezicht van Stichting Digitall Inclusive.
Marijke al sinds 2001 zet jij je in voor digitale toegankelijkheid. Wat is er sinds die tijd gebeurd en veranderd?
De aanleiding dat ik me aangetrokken voelde tot digitale toegankelijkheid destijds was een boek met daarin 22 standaardregels voor het nieuwe digitale tijdperk. Als we ons daar allemaal hielden, zouden we ook mensen met een functiebeperking van gelijke kansen voorzien.
Er kwam ook al gauw een boekje uit over kleurenblindheid. In 2002 namelijk. En al in 2004 zou de overheid digitale toegankelijkheid goed op de politieke agenda zetten.
Toch maken we meteen een grote sprong naar 2011 toen we in de aanloop wel allemaal signalen hadden gedeeld en opgemerkt, maar er nog geen bewustwording over het onderwerp was. Het bleek te ambitieus.
En hoewel overheden ook hun doel nog niet hadden gehaald om toegankelijk te zijn, kwam er dat jaar toch een doorbraak met het boek Het geheim van de overheidswebsite.
Een mijlpaal, want voor het eerst werd er niet alleen naar de techniek gekeken. Er werd een duidelijk pleidooi gehouden: kijk naar de inhoud van je website. Voor wie schrijf je die eigenlijk? En begrijpt iedereen binnen jouw doelgroep wat er staat? Dat klinkt logisch, maar was in die tijd echt pionieren. Het inzicht dat je pas klaar bent als je weet wat je lezer wil vinden, was een echte doorbraakgedachte.
Tegelijk veranderde het digitale landschap razendsnel. Naast het internet als informatievoorziening ontstond er interactie: mensen gingen reageren. Daarna volgde transactie: hoe zorg je dat mensen zelfstandig en toegankelijk hun zaken kunnen regelen?
De techniek maakte steeds meer mogelijk, maar de kernwaarde bleef stabiel: digitale toegankelijkheid moet voor iedereen gelden, op elk moment.
Helder. En zo rolden we eigenlijk van de W3C naar een Europese norm toch?
“Ja. Vanaf het begin sloot Nederland zich aan bij de internationale standaard van het W3C, namelijk de WCAG. We zijn inmiddels ook daarin weer een aantal versies verder die steeds weer worden gevoed door duizenden techneuten en ervaringsdeskundigen wereldwijd.”
Die W3C-community verdient wat Marijke betreft meer erkenning voor het enorme werk dat ze hebben verzet.
“In Europa mondde dit uit in de EN 301549-norm, volledig gebaseerd op de WCAG. En toen kwam het moment waarop iedereen had gewacht: digitale toegankelijkheid werd wettelijk verplicht. We dachten met z’n allen: nu wordt het een appeltje-eitje,” lacht Marijke. “Maar het was geen grotere teleurstelling om te ontdekken dat we moeten blijven trekken en sleuren. Het wordt niet vanzelf beter.”
Nee, ook nu we een jaar verder zijn na de verplichting voor overheden en grote bedrijven blijft de digitale toegankelijkheid vaak ver achter. Hoe kan dat?
“Techneuten zijn inmiddels enorm geprofessionaliseerd. Een goede ontwikkelaar weet hoe je de WCAG technisch correct toepast. Maar in de praktijk blijft digitale toegankelijkheid bij opdrachtgevers een ondergeschoven kind. Budgetten zijn krap en de deadlines zijn strak. “Daarmee schuift de prioriteit toegankelijkheid op,” constateert Marijke nuchter.
Met de komst van de European Accessibility Act (EAA) is de verplichting uitgebreid. Niet alleen overheden, maar ook private ondernemingen moeten hun digitale diensten toegankelijk maken. Kleine bedrijven onder een bepaalde omzetdrempel zijn nog uitgezonderd, maar de grote lijn is duidelijk: de hele BV Nederland gaat eraan.
Vanuit de chat klinkt hier voor het eerst wat scepsis. Want een digitaal toegankelijke website is in basis niet duurder. En bovendien sanctioneert de overheid zichzelf niet, merkt een kijker op.
Marijke: “Nee dat klopt. Het zou heel gezond zijn als er een onafhankelijke waakhond zou komen over de Nederlandse overheid. Zij maken ook fouten. En zij zouden degene moeten zijn die dat gecontroleerd willen hebben. Daar ben ik groot voorstander van.
En als ik het liet overkomen dat websites die voldoen aan de WCAG duurder zijn, dan heb ik dat verkeerd geformuleerd. Dat is inderdaad niet zo. Wel vraagt iedere techniek binnen een website onderhoud. En hoe meer techniek je erin verwerkt, des te meer onderhoud je eraan moet plegen. Dat helpt niet altijd in het pleidooi voor digitale toegankelijkheid.”
Het is dus een verplichting en het is bij de bouw van een website niet duurder om die WCAG te maken. Wat zijn nog meer voordelen van een digitaal toegankelijke omgeving?
Marijke noemt drie argumenten. “Ten eerste moet je het zelf willen vanuit een sociaal oogpunt. Je wil als ondernemer dat je product of dienst voor zoveel mogelijk mensen beschikbaar is.
Ten tweede is het een investering die geld oplevert. Een toegankelijk platform trekt meer gebruikers en daarmee meer vertrouwen. Dat levert veel voordeel op voor je imago.
En ten derde is er altijd het commerciële argument. Achter mensen met een functiebeperking gaat een grote groep mee. Familie, vrienden, sympathisanten: ook zij weten jouw website beter te vinden als je iedereen serieus neemt.”
“Ik zou alle opdrachtgevers willen horen wat de reden zou zijn om het níet te willen,” zegt Marijke. “En als dat geld is, zit je in het verkeerde investeringsklimaat te denken.”
En jij ziet dus een maatschappelijke verschuiving naar die sociale kant van ondernemersschap begrijp ik?
“Zeker. Waar we eerst gingen voor milieu en duurzaamheid, zie je nu dat bedrijven steeds meer neigen naar die menselijke maat. We moeten niet langer alleen willen voldoen aan een norm, maar vooral waarde toevoegen door de gebruikers écht centraal stellen.
Daarvoor is het inclusie-volwassenheidsmodel een handig hulpmiddel: het laat zien waar een organisatie staat in haar motivatie: van puur onder druk handelen tot een intrinsiek gedreven inclusiebeleid.
Digitale toegankelijkheid hoort thuis in het kwaliteitsmanagementsysteem van een organisatie. Dat betekent dat het moet terugkomen in het jaarverslag, op de managementagenda en een vast onderdeel moet zijn van de bedrijfscyclus. Het is geen uithoekje van communicatie of webbouw, maar moet echt verweven zitten in het hele DNA van een bedrijf.”
Ja, dat zou mooi zijn. En goede voorbeelden helpen daarbij natuurlijk ook echt. De ervaring van een ander zorgt er toch voor dat je het sneller anders gaat doen toch?
“Inderdaad. Als ervaringsdeskundigen continu aangeven wat digitale toegankelijkheid voor hen betekent, begint het voor iedereen te leven,” zegt Marijke. “En dat werkt ook andersom: medewerkers die horen dat een kleine aanpassing voor een gebruiker een wereld van verschil maakt, raken intrinsiek gemotiveerd. De menselijke maat terugbrengen in het proces naar digitale toegankelijkheid: dat is misschien wel de krachtigste hefboom van allemaal.”
Na 25 jaar pionieren, bouwen en sleuren concludeert Marijke dat we nog lang niet klaar zijn. Maar de waarde staat vast en mag nooit veranderen: iedereen moet digitaal kunnen meedoen.