Nieuws

Opinie: Drie moties aangenomen en het ontbreekt de overheid nog steeds aan ambitie op het gebied van digitale inclusie

Op 29 september 2026 werd in de Tweede Kamer gestemd over drie moties over digitale toegankelijkheid. Aangevuurd door Kamerlid Barbara Kathmann (GL/PvdA) lijkt er zowaar beweging te komen in een onderwerp dat in de regering al sinds 2018 (en stiekem ver daarvoor) geen prioriteit heeft. Ik juich uiteraard deze moties van harte toe. Ze waren hard nodig. Maar ik ben van mening dat er alles bij elkaar over vijf jaar nog steeds niet veel is veranderd. 

Mark my words. In deze moties had veel concreter een gewenst eindpunt moeten staan, een doel. Een plan is maar een plan. Hier spreekt geen ambitie uit, geen passie om daadwerkelijk ervoor te zorgen dat iedereen volwaardig mee kan doen in Nederland. Het is nog steeds heel voorzichtig allemaal. Laat me de aanleiding voor de moties even toelichten, en uiteraard waarom ik denk dat het scherper had gemoeten.

Annelies Verhelst

Al acht jaar te laat

Laten we wel wezen: al sinds september 2018 moeten overheidsinstellingen voldoen aan het Besluit Digitale Toegankelijkheid Overheid. Daarmee moeten alle websites en apps die door de overheid worden gebruikt en/of gefinancierd voldoen aan onder andere de criteria uit de WCAG (Web Content Accessibility Guidelines). 

Je zou denken dat als het wetgeving is, de overheid toch haar best doet om eraan te voldoen, al was het maar vanwege het goede voorbeeld. Helaas. Uit een recente monitor blijkt dat 5% van de ruim 9000 overheidswebsites volledig toegankelijk is. In het begin werd gedacht dat met het instellen van een dashboard (door Logius onderhouden) er voldoende druk zou zijn om organisaties aan te zetten tot actie. Immers, inwoners én collega-overheden kunnen nu zien hoe toegankelijk je bent. Inwoners verzamelen zich in werkgroepen per gemeente of in belangenverenigingen, en die sturen inderdaad regelmatig berichten over ontoegankelijkheid in hun eigen gemeente.

En op rijksoverheidsniveau wordt er in de media genoeg over ontoegankelijkheid geschreven. Van DigiD tot warrige pdf-formulieren, van UWV tot Belastingdienst, er is nogal wat mis en de maatschappij is de dupe. Specifiek mensen met een beperking, want die hebben niet even een snelle oplossing voorhanden, tenzij ze hun privacy of onafhankelijkheid op het spel zetten. Daar kan ik een artikel op zich over schrijven. 

Genoeg problemen

Na acht jaar is het duidelijk dat het dashboard niet het beoogde effect heeft. Medewerkers bij overheden zien het probleem niet zo, en het probleem dat ze wel zien, is geld. En prioriteit. Geld is lang niet bij elke overheidsorganisatie volop aanwezig en trajecten rondom digitale toegankelijkheid zijn in veel gevallen vrij kostbaar (omdat dit nooit vanaf het begin is meegenomen). In veel gevallen willen ook leveranciers daar niet zelf een steentje aan bijdragen. Plus dat je dan vaak aanloopt tegen een kennisgat. Ga zonder al te veel kennis maar eens uitleggen aan inkoop of aan leveranciers waarom het belangrijk is dat een website zo snel mogelijk toegankelijk wordt gemaakt. Er zijn over en weer zat argumenten.

In het geval van commerciële bedrijven die sinds 28 juni 2025 ook moeten voldoen aan wetgeving over digitale toegankelijkheid, kan een toezichthouder zoals de ACM of AFM inmiddels waarschuwingen geven en in een uiterst geval sancties opleggen. Dat geeft net even dat beetje extra druk op een organisatie om gewoon aan de slag te gaan en processen er anders op in te richten. Die druk kun je momenteel niet opvoeren bij de overheid, want er is geen toezichthouder.

Een toezichthouder, de oplossing?

Nu gaat die toezichthouder er komen als het aan Kamerlid Kathmann ligt, en als ik de stemmen moet geloven, ook aan de rest van de Tweede Kamer. Per eind 2027 moet er een toezichthouder zijn met handhavingsbevoegdheden. Dat klinkt tof, maar ik heb hierbij wel heel veel vragen. Het betekent namelijk ook een wetsaanpassing, want op dit moment staat er nergens in de Wdo (waar het eerder genoemde besluit onderdeel van is) wat de sancties kunnen zijn en hoe het toezicht eruit moet zien. 

Het ministerie van BZK werkt al heel lang aan interbestuurlijk toezicht en tot nu toe is dat er nog niet. Het idee op zich is natuurlijk mooi. Daar bestaan al middelen voor en die kunnen ingezet worden. Maar ook dan is het nogal een operatie. Voor de eerste stap in de bestuurlijke escalatieladder kun je natuurlijk het dashboard gebruiken. 

Eventueel kun je besluiten het toezicht deels te delegeren aan de provincies, zoals dat ook bij de Archiefwet en Woo gebeurt. Dan kun je het toezicht van een groot deel van de 9000 overheidswebsites op die manier verdelen. Maar dan houd je nog steeds meer dan 1800 websites (en een onduidelijk aantal apps) over waarop toezicht moet komen, met ongelooflijk veel organisaties binnen de rijksoverheid. Daar wil de Tweede Kamer middels een andere motie, zie onder, nog eens een heleboel websites aan toevoegen. Dat is werk voor een heel team, niet voor één enkele persoon. Dus daar moet dan geld voor komen. En volgens mij was de begroting al niet heel denderend. 

Hoe wordt onafhankelijkheid geborgd?

Betreffende het toezicht ben ik dus wel heel benieuwd hoe dat er concreet uit komt te zien. Ik ben vooralsnog zeer sceptisch over de mogelijkheden. Tot slot, het moet een onafhankelijk toezichthouder worden. Als toezicht uit de zak van het ministerie van BZK wordt betaald, is dat niet direct onafhankelijk. Financieel zou het toezicht mijns inziens dan betaald moeten worden door alle organisaties die onder het toezicht vallen, naar rato allicht.

Dat zou eerlijk zijn en zou geen situaties creëren waarbij geld een pressiemiddel wordt. Wat ook kan, is bestaande externe partijen bevoegdheden geven voor handhaving, of een nieuwe organisatie oprichten vergelijkbaar met de Autoriteit Persoonsgegevens, die specifiek hierop toezicht houdt. Uiteraard willen we hierbij subtiel aangeven dat wij als stichting best open staan voor een gesprek hierover 😉

Motie inclusief Nederland

Behalve een motie voor een toezichthouder is er ook een motie voor het inclusiever maken van Nederland (en de overheid). Daarin zitten eigenlijk alle elementen die al in andere documenten staan. Er moeten een tijdspad en concrete doelen komen voor:

  • Het toegankelijk maken van websites (Wdo)
  • Het verbeteren van digitale vaardigheden (gebeurt al veelvuldig in buurtteams en bibliotheken en bij andere stichtingen)
  • Het uitbreiden van het aantal fysieke informatiepunten (mooi, meer geld naar IDO’s dan)
  • en het betrekken van ervaringsdeskundigen bij het ontwerpen van diensten (dat zou ook al moeten gebeuren als je de wetgeving op toegankelijkheid volgt, en het principe heeft ook een naam, NOOZO, Niets Over Ons Zonder Ons).

Hiervoor moet uiterlijk in het tweede kwartaal van 2027 een plan klaarliggen. Ik durf er wat op te verwedden dat dit plan niet wereldschokkend gaat zijn en dat het tijdspad eindigt in 2040 ongeveer, net als de uitvoering van het VN-verdrag Handicap. 

Motie digitaal toegankelijke zorg

De laatste motie gaat over het bekijken of zorginstellingen ook aan de WCAG-richtlijnen moeten voldoen die genoemd staan in de Wdo. Hoe het geschreven staat, kan de uitkomst van een dergelijk onderzoek bij voorbaat al zijn: sorry, we gaan ze niet toevoegen, om allerlei vage redenen. Zoals dat vaker gaat met onderzoeken die worden ingesteld, kun je onderzoek na onderzoek doen en daarmee tijd rekken. En over tijd gesproken, in deze motie staat nergens per wanneer dit onderzocht moet zijn. Een grote misser uiteraard. Daarnaast staat het opgeschreven alsof de betreffende Kamerleden niet helemaal in de gaten hebben wat WCAG is. Ze hadden hier beter het Besluit Digitale Toegankelijkheid Overheid kunnen noemen. Daaraan voldoen is veel completer. 

Daarnaast gaat dit specifiek over zorg, maar naast de zorg zijn er nog meer instellingen die zich nu beroepen op uitzonderingen, zoals onderwijsinstellingen en grote stichtingen. Terwijl daar zonder meer ook een groot deel van de doelgroep van afhankelijk is om mee te kunnen doen in de samenleving. Ik had dus eigenlijk een onderzoek willen zien naar álle soorten instellingen die nu zowel onder het Besluit als onder de Europese Toegankelijkheidswet zijn uitgezonderd. Ter nuance: er staat wel dat het om meerdere instellingen gaat. Maar als je vraagt om expliciet ziekenhuizen en private zorginstellingen te onderzoeken, dan weet je al wat er gaat gebeuren: men gaat vooral deze categorieën onderzoeken. We gaan hier echt geen creativiteit zien, dus er komt geen mooi lijstje met toevoegingen. 

Tegen beter weten in toch hoop

Ik wil niet graag azijnzeiken. Ik zie liever de positieve kanten hiervan. Alleen moet ik wel bekennen dat ik, na jaren bezig te zijn geweest met digitale toegankelijkheid, toch echt heel sceptisch ben geworden. De overheid is er tot nu toe niet voor mensen met een beperking. Meer dan 30% van de Nederlanders boven de zestien heeft een milde of ernstige beperking. Ongeacht politieke voorkeur zou je daarvoor op moeten komen. Zorg dat ook zij kunnen meedoen, want daar heeft iedereen baat bij. Die voordelen zijn vaak genoeg beschreven, dus dat hoef ik niet te doen. Ik hoop echt van harte dat door deze moties de Kamer aan de slag gaat en er echt mooie, uitvoerbare plannen komen. Dat we eindelijk eens effect gaan zien en mensen daadwerkelijk binnen afzienbare tijd mee kunnen doen. Want zo heel moeilijk is het niet om producten en diensten digitaal toegankelijk te maken. Je moet het doen en blijven doen, vanaf het begin. 

Wat denk jij?

Als je helemaal tot hier hebt gelezen: hulde! Nu ben ik wel benieuwd naar jouw mening: heb jij er vertrouwen in dat een toezichthouder het verschil gaat maken, en waarom wel of niet? Zie jij nog andere instellingen die zouden moeten voldoen? We horen graag je mening!